Onderzoeksdoel en -behandeling

Introductie

Het belangrijkste doel van dit onderzoek is om te bepalen wanneer in de behandeling het nieuwe geneesmiddel (palbociclib of ribociclib) het beste aan de anti-hormonale therapie kan worden toegevoegd, direct bij constatering van de uitgezaaide borstkanker of later in het behandeltraject, de zogenaamde eerste- of de tweedelijnsbehandeling. Op dit moment is dat niet bekend, vooral ook omdat niet bekend is of patiënten langer zullen leven door het vroeg in de behandeling toe te voegen. Toch moet er een keuze worden gemaakt wanneer de CDK4/6-remmers het beste gegeven kunnen worden. Bij deze keuze spelen de werkzaamheid (hoe lang helpt het borstkankercellen te onderdrukken) en de nadelen (bijwerkingen, verminderde kwaliteit van leven, controles, ziekenhuisbezoeken) allebei een belangrijke rol.

Hoofddoel

Het hoofddoel is om te bepalen of het toevoegen van CDK4/6-remmers direct na constatering van de uitgezaaide borstkanker beter is dan het pas later toevoegen van CDK4/6-remmers aan de behandeling. We kijken dan naar of er verschil zit tussen deze twee behandelstrategieën in hoe lang de ziekte onderdrukt blijft.

Verder kijken we of er verschil is in algehele overleving, in kwaliteit van leven en naar de veiligheid en bijwerkingen van de behandelingen. Verder wordt er een kosten-batenanalyse verricht.

Overige doelen

We weten uit eerdere onderzoeken dat veel vrouwen goed reageren op anti-hormonale behandeling alleen en daar langdurig baat bij kunnen hebben. Sommige vrouwen reageren beter op de combinatie van anti-hormonale therapie en de CDK4/6-remmer. Het is echter vooralsnog niet goed mogelijk vooraf te voorspellen welke vrouwen meer baat hebben bij alleen anti-hormonale therapie en welke bij de combinatietherapie. We willen daarom onderzoek doen naar zogenaamde biomarkers. Biomarkers zijn biologische kenmerken die iets kunnen zeggen over de karaktereigenschappen van de borstkanker en over de effecten van de behandeling. Het doel is om hiermee beter te kunnen selecteren welke vrouwen baat hebben van toevoegen van CDK4/6-remmers en welke vrouwen geen baat hebben van deze therapie om hiermee onder- of overbehandeling te voorkomen.

Een ander onderzoeksdoel is het in kaart brengen van de gemeten geneesmiddelenconcentratie in het bloed en het ontstaan van bijwerkingen. Ondanks dat iedere patiënt dezelfde startdosering CDK4/6-remmer krijgt, wordt bij iedereen het middel anders opgenomen en afgebroken in het lichaam. We willen daarom onderzoeken wat de optimale concentratie CDK4/6-remmer in het bloed is voor individuele patiënten, en we willen onderzoeken of genetische factoren de hoogte van de bloedspiegel beïnvloeden.

De onderzoeksbehandeling

Wanneer een patiënt meedoet aan een onderzoek, wordt degene als ‘proefpersoon’ aangemerkt. Er gaan ongeveer 1050 proefpersonen meedoen aan dit onderzoek. Om de twee behandelingen goed met elkaar te vergelijken, worden de proefpersonen in twee groepen verdeeld. Dit gebeurt door middel van een loting, wat door een computersysteem wordt uitgevoerd.

De frequentie van ziekenhuisbezoeken en laboratoriumonderzoeken zijn hetzelfde als wanneer de behandeling buiten deze studie om wordt ondergaan. Er wordt elke 3 maanden een scan gemaakt worden om de ziekte te evalueren.
Om de kwaliteit van leven te kunnen evalueren en een kostenbatenanalyse te kunnen doen,  worden elke drie maanden twee à drie vragenlijsten afgenomen.
Bij deelname aan de studie wordt gevraagd of er een paar keer extra bloed mag worden afgenomen op momenten dat er al een bloedonderzoek gepland staat. Daarnaast wordt er twee keer een bloedonderzoek verricht buiten deze standaardbloedafnames, één keer tijdens en één keer aan het einde van de studie.

De geneesmiddelen

De nieuwe medicijnen zijn zogenaamde CDK4/6-remmers en blokkeren de werking van eiwitten die nodig zijn bij de celdeling. Kankercellen delen zich in een verhoogd tempo, waardoor het aantal kankercellen toeneemt en de tumor groeit. Door de eiwitten die betrokken zijn bij de celdeling te blokkeren met palbociclib of ribociclib, kan de celdeling en daarmee de toename van tumorcellen tegen worden gegaan. De uitzaaiingen nemen dan niet verder toe en worden soms zelfs kleiner. Palbociclib (handelsnaam Ibrance®) en ribociclib (handelsnaam Kisqali®) zijn geregistreerd als geneesmiddel in Nederland. Artsen mogen de middelen dus nu al voorschrijven. Er zijn al duizenden patiënten met borstkanker wereldwijd behandeld met palbociclib en ribociclib in combinatie met een anti-hormonale behandeling. In deze studie kiest de behandelend arts met welke CDK4/6-remmer (palbociclib of ribociclib) u zult worden behandeld. Qua effectiviteit en bijwerkingen zijn de beide middelen vergelijkbaar. De behandelschema’s zijn ook vergelijkbaar. De palbociclib-behandeling bestaat uit 1 tablet per dag gedurende 3 weken, gevolgd door een rustweek. De ribociclib-behandeling bestaat uit 3 tabletten per dag gedurende 3 weken, gevolgd door een rustweek. Deze cyclus wordt herhaald zolang het middel werkt en de bijwerkingen acceptabel zijn.

De anti-hormonale behandelingen die in deze studie gebruikt worden, zijn standaard voor de behandeling van uitgezaaide hormoongevoelige borstkanker. Er worden twee typen anti-hormonale therapie toegepast:

  1. Aromataseremmers: deze gaan de aanmaak van het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen tegen en remmen zo de tumorgroei bij hormoongevoelige borstkanker. De aromataseremmers die gebruikt worden in deze studie zijn letrozol (handelsnaam Femara®) of anastrozol (handelsnaam Arimidex®) en zijn beide tabletten die één keer per dag ingenomen moeten worden. Beide aromataseremmers zijn in hun toediening en werking vergelijkbaar.
  2. Fulvestrant (handelsnaam Faslodex): dit is een zogenoemde ‘selectieve oestrogeen-receptor- degrader (SERD)’. Dit middel breekt de oestrogeenreceptor van de tumor (het deel van de kankercel dat oestrogeen kan opnemen) af en kan daardoor de kankercelgroei afremmen. Het middel wordt toegediend via maandelijkse injecties in de (bil)spier. Na de eerste toediening vindt eenmalig na twee weken een extra toediening plaats om de optimale dosering van fulvestrant in het bloed zo snel mogelijk te bereiken.